Zelfportret Rubens

Het zelfportret van Rubens is één van de blikvangers en vaste waarden van het Rubenshuis. Het heeft ook een iconische waarde voor Antwerpen.

Als bezoeker komt u de afbeelding ongetwijfeld tegen in toeristische informatie over de stad. Het zelfportret van de meester verlaat zelden het huis waar het is ontstaan. In 2014 is het Zelfportret een tijdje in de National Gallery in Londen geweest. Hun Conservation Department, dat wereldfaam geniet, onderzocht een mogelijke restauratie.

 

Restauratie

Het was de eerste keer dat het Zelfportret zo intensief onderzocht is. De huidige vernislaag op het portret erg complex is samengesteld. Ze moet minutieus verwijderd worden. Een werk dat al gauw enkele maanden in beslag neemt.

Op basis van deze bevindingen bekijken de medewerkers van het Rubenshuis wat er allemaal nodig is om het portret in zijn oorspronkelijke staat te herstellen. Dan pas zal het museum overgaan tot de restauratie. 

 

Zuinige Rubens?

Er zijn zuiver praktische redenen voor de honkvastheid van het zelfportret. Rubens gebruikt voor schilderijen die hij voor zichzelf maakt, zoals familieportretten, houten panelen die zijn samengesteld uit meerdere planken. Kwatongen beweren dat het uit zuinigheid is. Voor opdrachten gebruikt hij immers panelen uit een stuk. Zo’n samengesteld paneel maakt een werk extra fragiel. Het is niet alleen moeilijker te conserveren, het is ook lastig om zo’n werk te transporteren. Meer voegen betekent immers meer kans op barsten.

Meld je aan voor onze nieuwsbrief