Van kunstenaarswoning tot museum

Rubens koopt in 1610 een huis met grond aan de Wapper in Antwerpen. Hij schetst zelf de plannen voor een uitbreiding die aan alle wensen voldoet van de artiest, zakenman, familieman en kunstverzamelaar die hij is.

Na de dood van Rubens ondergaat het huis een aantal veranderingen voor het herrijst als het Rubenshuis, het huis van en een museum over barokmeester Peter Paul Rubens. Hieronder vindt u een beknopt overzicht over de geschiedenis van het Rubenshuis.

 

Tijdens het leven van Rubens

Rubens koopt in 1610 een huis met grond aan de Wapper in Antwerpen. Hij schetst zelf de plannen voor een uitbreiding die aan alle wensen voldoet van de artiest, zakenman, familieman en kunstverzamelaar die hij is. Het eindresultaat mag er zijn: het woonhuis in oud-Vlaamse stijl is uitgebreid met een halfrond overkoepeld beeldenmuseum en een schildersatelier. Een indrukwekkende portiek verbindt het bestaande woonhuis met het nieuwe atelier en biedt een mooie doorkijk naar de tuin en het tuinpaviljoen.

 

Italiaanse stijl

Het nieuwe deel belichaamt Rubens’ artistieke idealen: de Grieks-Romeinse oudheid en de kunst van de Italiaanse renaissance. Daarmee heeft Rubens uitgebreid kennis gemaakt tijdens zijn achtjarig verblijf in Italië. Het gebouw met zijn rijke en antiek geïnspireerde decoraties is een landmark in Antwerpen. Rubens’ ingrepen – het halfronde ‘Pantheon’, het atelier, het portiek, de tuin en het tuinpaviljoen – maken van zijn huis een Italiaans ‘palazzo’ aan de Schelde.

 

Rijschool van Cavendish

Na zijn dood in 1640 blijft Rubens’ tweede vrouw, Helena Fourment, nog enkele jaren in het huis aan de Wapper wonen.

Van 1648 tot 1660 verhuurt Helena de woning aan William en Margaret Cavendish. Het echtpaar Cavendish is tijdens de Engelse burgeroorlog naar Antwerpen uitgeweken. Ze openen in de voormalige woning van de schilder een populaire manege. Als William en Margaret in 1660 vertrekken, verkopen de erfgenamen van Rubens het pand.

 

Een gevangenis

Vermoedelijk bleef de woning van Rubens onaangeroerd tot midden 18e eeuw. Daarna werd het pand grondig verbouwd. De gevels aan de straatzijde werden afgebroken en herbouwd volgens de toenmalige smaak. Ook het 16de-eeuwse woonhuis werd grotendeels gesloopt en vervangen door nieuwbouw.

In 1798 werd het gebouw door de Fransen opgeëist, die het zelfs als gevangenis gebruikten voor tot verbanning veroordeelde geestelijken. Na de Napoleontische tijd kwam het huis opnieuw in het bezit van een particuliere eigenaar.

 

Het huis wordt museum

In de loop van de 19de eeuw groeit de wens de woning als monument in te richten. In 1937 koopt Stad Antwerpen de woning aan. De volgende jaren brengt men de woning zo goed mogelijk terug naar de originele staat toen Rubens hier woonde. In 1946 opent het Rubenshuis als museum. Dat is de woning die u bezoekt. Van Rubens’ ontwerp zijn twee originele onderdelen bewaard gebleven: het portiek, die de imposante doorgang naar de tuin vormt, en het tuinpaviljoen, de eyecatcher achter in de tuin.

 

Het Rubenshuis vandaag

Naar aanleiding van het Van Dyck-jaar in 1999 ontwerpt de Belgische architect Stéphane Beel een functioneel paviljoen voor de kunstenaarswoning. De gestroomlijnde structuur in glas en staal staat los van het Rubenshuis, centraal op de Wapper.

De ingreep haalt nutsvoorzieningen zoals de vestiaire, de balie en de giftshop uit het museum. Dat geeft extra ruimte in het museum. Daardoor kunt u nog meer van de prachtige kunstcollectie en van de sfeer in het huis van de meester genieten. 

Meld je aan voor onze nieuwsbrief